Archief van
Auteur: Jacqueline

In februari ben ik gestopt met werken bij de bibliotheek. Lezen is en blijft een grote hobby en het is leuk om van sommige boeken een samenvatting te maken voor tips van dbieb. Verder vind ik het leuk om in de tuin te werken en piano te spelen. Ook wandel ik graag.
Hartschade – Hella de Jonge

Hartschade – Hella de Jonge

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Begin april woonde ik een lezing bij van Hella de Jonge (echtgenote van Freek) in het kerkje in Huizum (Leeuwarden). Zij vertelde over haar lichamelijke klachten, met name het slechte functioneren van haar hart. Onder de indruk van haar verhaal besloot ik haar boek Hartschade te lezen.

Het verhaal begint als Hella wordt opgenomen na een klein hartinfarct tijdens een fietstest in het ziekenhuis. Zij is er van overtuigd dat het in de genen zit. Haar opa leed aan angina pectoris, haar moeder overleed na een hartaanval. Haar vader overleefde er één. De doodsoorzaak van hun zoontje Jork (3 maanden oud) is nooit vastgesteld, maar zij weet zeker dat hij ook een hartafwijking had. Hun kleindochter Maggie overleed tijdens een operatie aan haar hart, 7 jaar oud.

Hella begint aan een rondgang langs vele (mannelijke) artsen in meerdere ziekenhuizen. Vaak voelt zij zich niet serieus genomen en wordt er slecht naar haar geluisterd. Een zoektocht naar de juiste diagnose. Hella krijgt veel medicijnen voorgeschreven maar deze verdwijnen vaak in een la. Naast het slecht functioneren van haar hart, heeft zij meer fysieke ongemakken. Deze zijn voor een deel terug te voeren op haar jeugd. Haar ouders overleefden de oorlog en dat beïnvloedde de opvoeding van hun drie kinderen. Veel aandacht ging naar het schrijven van liedjes voor o.a. ’t Schaep met de vijf pooten door haar vader, Eli Asser. Hij schreef om te bewijzen dat hij nog leeft. Tijdens de pubertijd besloot Hella niet meer te eten. Maandenlang lag zij in het ziekenhuis, slechts een paar keer bezocht door haar ouders. Op zeventienjarige leeftijd werd zij het huis uitgezet.

Haar ervaringen met artsen en ziekenhuizen worden afgewisseld met jeugdherinneringen. Haar vader leeft nog (hij overlijdt januari 2019) en zij belt hem iedere dag om 11.00 uur. Dit zijn soms sombere maar ook regelmatig hilarische gesprekken. Hij is een boek aan het schrijven over zijn leven met gruwelijke en mooie herinneringen. Samen kunnen ze daar goed over praten. Vreemd genoeg voeren zij de beste gesprekken als haar vader in het ziekenhuis ligt. Daar komen haar broer en zus ook ter sprake. Met beide heeft Hella geen contact meer. Mooi beschrijft Hella het contact met haar dochter Roos. Zij hebben een sterke band met elkaar omdat ze allebei weten hoe het is een kind te verliezen. Zij delen de pijn en de weg die zij volgden na de dood van hun kind.

Deze roman is geen somber verhaal geworden. Het is een pleidooi voor meer persoonlijke betrokkenheid van artsen bij hun patiënten zodat er een dialoog ontstaat, maar vooral een oproep aan artsen om zich bewust te zijn van het feit dat een hartinfarct bij vrouwen andere verschijnselen heeft dan bij mannen. Het hartinfarct bij vrouwen is wereldwijd doodsoorzaak nummer één. Ik vind het een indrukwekkend verhaal, zowel van Hella als van haar vader Eli. Ondanks alle nare belevenissen heeft ze haar geloof in de zorg niet verloren.

Hella de Jonge is ambassadeur van de Stichting Hart voor Vrouwen die geld inzamelt voor onderzoek naar het verschil tussen man en vrouw bij cardiologische diagnoses en behandelingen.

Foon – Marente de Moor

Foon – Marente de Moor

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Nieuwsgierigheid naar het verhaal achter deze intrigerende titel heeft mij er toe gebracht dit boek te lezen. Het verhaal wordt verteld door Nadja. Zij is een vrouw op leeftijd die samen met haar man Lev in de Russische wildernis leeft, in de omgeving van Sint Petersburg. Lev is veel ouder en lijdt aan geheugenverlies. Hij was ooit docent van Nadja, studente paleontologie, en liet zijn gezin achter om met Nadja de stad te ontvluchten. Ze wilden zelfvoorzienend leven en in rust hun kinderen opvoeden. Ze beginnen samen met idealistische buitenlandse vrijwilligers een biologisch laboratorium: het laboratorium van de Onafhankelijkheid. Ze bekwamen zich in het grootbrengen van berenwelpen.

Inmiddels zijn de kinderen het huis uit en hun onderzoek verwaarloosd. Hun dorp is verlaten, ze zijn de allerlaatste bewoners. Het echtpaar woont in een bouwval, afgesloten van de buitenwereld want telefoon en televisie werken niet meer, ook geen internet. De natuur speelt een grote rol en in en rond het huis leven veel huisdieren. Nadja leeft met haar gedachten in het verleden. Deze overdenkingen worden verstoord door een mysterieus oorverdovend geluid: de foon, de achtergrondruis uit het verleden.

Er lopen verschillende verhaallijnen door deze roman die niet verder worden uitgewerkt. Er is een rampjaar, waarin de gemeenschap uit elkaar viel, waar Nadja niet meer aan wil denken. Hun zoon komt af en toe thuis en dochter Vera is ‘verdwenen’. Esther, een Nederlandse inspecteur, komt nog een keer op bezoek. Veel raadselachtige gebeurtenissen die de lezer dwingen zelf het verhaal of de gedachten van Nadja aan te vullen. Nadja schept zich een eigen werkelijkheid, vaak beneveld door de drank. Op mij maakt ze de indruk van een eenzame vrouw, ook omdat haar man en zoon genoeg krijgen van haar verhalen. Aan het eind van het boek wordt duidelijk wat zich in het rampjaar heeft afgespeeld. De ontknoping van het boek kan op verschillende manieren worden uitgelegd.

Marente de Moor heeft een raadselachtig boek geschreven, met veel sprookjesachtige en magische gebeurtenissen. Eigenlijk moet de lezer voor zichzelf het thema bepalen: de natuur, de frictie tussen primitief en maatschappelijk leven, de religie? Zelf denk ik dat het gaat over hoe we omgaan met de natuur en onze cultuur. Doordat de herinneringen van Nadja heen en weer schieten, kost het soms moeite de verhaallijnen uit elkaar te houden. De vaak prachtige zinnen maken dit tot een sfeervol boek. Ik vind dit een bijzondere kennismaking met deze schrijfster.

Wil – Jeroen Olyslaegers

Wil – Jeroen Olyslaegers

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Dit in 2016 verschenen boek van de Vlaamse schrijver Jeroen Olyslaegers gaat over de Tweede Wereldoorlog in Antwerpen. Een oude man, Wilfried Wils, vertelt aan zijn achterkleinzoon over de gebeurtenissen die hij meemaakte. De hoofdfiguren zijn Wil en Lode, twee agenten die dit beroep uitoefenen om de tewerkstelling in Duitsland te ontlopen. Tegen wil en dank raken ze betrokken bij de Jodenvervolging en de razzia’s onder leiding van de Duitsers. Hun kennismaking met de Duitse militairen reikt verder dan alleen het werk: ook in café’s treffen ze elkaar, waar de Duitsers worden omringd door gewillige vrouwen. Ook een tante van Wilfried heeft een relatie met een Duitser wat leidt tot ongemakkelijke momenten tijdens feestjes bij de Duitsers, waar Wilfried en zijn familie worden uitgenodigd.

Een leraar van de middelbare school, Nijdig Baardje, is een antisemiet die hem getuige laat zijn van een opruiende film wat uitloopt op het vernielen van een synagoge. Nijdig Baardje zorgt er ook voor dat Joodse eigenaren van een tabakswinkel worden opgepakt zodat hij met zijn vriendin de winkel kan overnemen. Wilfried komt telkens in aanraking met hem omdat de vriendin van Wilfried, Yvette, de moeder van Nijdig Baardje wekelijks voorleest. Yvette is de zus van Lode, zijn collega. Zo krijgen de mannen steeds meer contact met elkaar.

Lode helpt een ondergedoken Jood, Lizke, en vraagt hulp van Wilfried. Hij zegt dat toe omdat hij tijdens een dienst het gezin Lizke uit huis heeft gehaald en hij zich daar erg schuldig over voelt. Op zeker moment moet Lizke weg uit de schuilplaats omdat Nijdig Baardje hem op het spoor is. Lizke verdwijnt tijdens het overbrengen naar een ander adres. Wilfried gebruikt daarna de schuilplaats om in alle rust gedichten te kunnen schrijven . Hij dicht onder de naam Angelo. Na de oorlog verschijnt de gedichtenbundel. Als de stad al is bevrijd zijn er nog veel bombardementen die veel doden eisen. Tante Emma heeft een nieuwe vriend, Joe. De Canadezen gedogen de politie en langzamerhand vindt het recht haar weg. Om te voorkomen dat er teveel bekend wordt over zijn handelen, neemt Wilfried het recht in eigen hand. Familie en vriend Lode nemen afstand van hem.

Jeroen Olyslaegers heeft een indrukwekkend boek geschreven. Het verhaal over oorlog wordt soepel afgewisseld met gebeurtenissen in het leven van de oude Wilfried. Het leven tijdens een oorlog is het balanceren op een dunne draad, een leven tussen verraad, mededogen en schuld. Telkens word je geconfronteerd met de vraag: ‘Hoe zou ìk handelen als er een oorlog uitbreekt’. Soms vond ik Wilfried sympathiek dan weer vond ik hem slap, een ‘tweebak’ noemt de schrijver hem. Ik vind het een indringend boek over de Tweede Wereldoorlog die een belangrijke aanvulling is op alle andere romans die spelen in deze periode.
Met dit boek won Olyslaegers in 2017 de Belgische Fintro Literatuurprijs en de Prijs van de Lezersjury.
Dit boek is opgenomen in de lezingenreeks Spraakmakende boeken van dbieb en wordt besproken op woensdag 10 april 2019 door Prof. Dr. Mathijs Sanders.

Hieronder vind je een interview over het boek met Jeroen Olyslaeger.

Ondanks de zwaartekracht – Suzanna Jansen

Ondanks de zwaartekracht – Suzanna Jansen

 

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Suzanna Jansen schreef eerder het succesvolle boek Het Pauperparadijs. Dit nieuwe boek is het levensverhaal van twee kunstenaars die ongeveer honderd jaar geleden leefden en bleven doorzetten, ondanks de zwaartekracht van hun bestaan.

Het boek beschrijft het leven van aannemerszoon Cornelis van Eesteren (1897-1988), en dat van de Groningse schippersdochter Steffa Wine (1913-1991). De overeenkomst tussen beide levens ligt in de wijk Slotermeer in Amsterdam. Cor ontwerpt de wijk, Steffa brengt er een deel van haar leven door en sticht daar een balletschool. We volgen hen gedurende hun hele leven. Van Cor wordt verwacht dat hij zijn vader opvolgt, maar hij kiest voor de studie bouwkunde. We leren hem kennen als een man met nieuwe ideeën hoe een stad er uit moet zien. Zijn functionele stijl levert veel kritiek op, maar hij probeert stand te houden door plannen te blijven maken. Dat heeft succes: hij ontvangt een aantal prijzen voor zijn ontwerpen. Zijn plan voor Slotermeer wordt enigszins aangepast maar wordt uiteindelijk goedgekeurd.

Steffa moet van haar ouders mo-akte boekhouden halen, daarna privésecretaresse worden en doorleren voor het diploma accountancy. In het geheim volgt ze balletlessen. Zij verandert haar naam van Fientje Puister in Steffa Wine en blijft vechten om een bestaan op te bouwen als balletdanseres. Ze verzint een Spaanse moeder, trouwt met een Rus en krijgt dochter Raya.

In 1953 koopt zij een pand in Slotermeer om haar balletschool te openen. Na een brand in 1959 zet zij door en worden er geen voorstellingen afgelast. Ondanks haar niet-aflatende energie wordt zij door de tijd ingehaald: aan de overkant van de Sloterplas vestigt zich een andere balletschool.

Tussen deze levensbeschrijvingen vlecht de schrijfster haar eigen leven. Suzanna groeide op in Slotermeer, een buurt met keurige gezinnen maar zonder kunst in hun levens. Zij wilde graag balletdanseres worden maar haar ouders vonden de lessen te duur. Toch zette zij door en heeft zij een tijdje lessen gevolgd aan de balletacademie. Door een blessure moest zij echter stoppen.

Voor dit boek heeft Suzanna veel onderzoek gedaan met als resultaat een ‘vol’ boek met veel feiten. Het is onderhoudend geschreven en ik heb het met plezier gelezen. Het verhaal van Steffa Wine sprak mij het meeste aan, waarschijnlijk omdat het leven van Suzanna Jansen er bij betrokken wordt.

Het boek werd genomineerd voor de Bookspot Literatuurprijs en de Bookspot Lezersprijs.

Een interview met Suzanna Jansen op Lezentv.nl:

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken – Arjen van Veelen

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken – Arjen van Veelen

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Met dit boek won Arjen van Veelen de Homerusprijs 2018 en de Lezersprijs BNG. Enigszins aangetrokken door de titel en het boekomslag ben ik dit boek gaan lezen. Het verhaal is gebaseerd op het overlijden van de schrijver Thomas Blondeau (1978-2013). Er komen twee verhaallijnen in voor: de belevenissen van Arjen met zijn vriend Tomas en het bezoek van Arjen aan Alexandrië voor zijn onderzoek naar Alexander de Grote. De twee mannen leren elkaar kennen tijdens hun studietijd in Leiden. Arjen is student klassieke talen en Tomas studeert literatuurwetenschap. Ze zitten dan vaak urenlang in een café met elkaar te praten of te zwijgen. De vriendschap blijft ook na hun studie bestaan. Ze verhuizen beiden naar Amsterdam. Arjen wordt journalist en Tomas gaat boeken schrijven.

Het echte verhaal begint als Tomas aan een hartslagaderbreuk overlijdt. Arjen staat dan op het punt te emigreren naar Amerika voor het werk van zijn vrouw. Arjen raakt erg van slag door dit overlijden. Temeer als er plotseling heel veel ‘vrienden’ zich melden via Facebook: ‘een festival in rouw’. Zelf is hij bang voor de eenzaamheid zonder Tomas. Arjen gaat bloederige filmpjes op internet bekijken om zijn lijden te voelen. Vooral het opruimen van de kamer van Tomas confronteert hem met zijn dood. Het beschrijven van de kleinste voorwerpen die ze tegenkomen toont de rouw om zijn vriend. Om minder afstand te creëren vertrekt hij naar Egypte, ook omdat Tomas en hij elkaar daar ooit zouden treffen. Arjen start zijn onderzoek naar Alexander de Grote in de historische bibliotheek en gaat tevens op zoek naar de tombe van Alexander. Hij wil de drie romans en de gedichtenbundel van Tomas in de bibliotheek achterlaten.

Een mooi boek over een hechte vriendschap en het verlies van een goede vriend. Het combineren van gevoelens en feiten komt heel natuurlijk over: de gevoelens overheersen als het gaat over de gesprekken die de vrienden voerden en de autoritjes die ze samen maakten; de feiten worden soms onderstreept door de foto’s die in het boek zijn opgenomen. En de obelisken komen aan de orde bij een bezoek aan Austerlitz, een trip naar Stanley Beach, een obelisk op het strand van Scheveningen, de schenking van obelisken aan de Britten en aan Parijs, en de obeliskmanie in New York in 1880. Het doodshoofd van de omslag staat voor het doodshoofd op het bureau van Tomas.

Een interview met Arjen van Veelen op Lezentv.nl: