Archief van
Categorie: Informatief

Ambers ezeltje – Julian & Tracey Austwick

Ambers ezeltje – Julian & Tracey Austwick

Heeft jouw bibliotheek dit boek?

Tracy bevalt van een tweeling, Amber en Hope. Helaas zijn tijdens de zwangerschap de vliezen gebroken en wordt de tweeling 14 weken te vroeg geboren. De tweeling blijft weken in het ziekenhuis. Als eerste mag Hope naar huis. Daar gaat het goed mee. Amber komt later thuis.

Julian & Tracy krijgen te horen dat Amber een hersenverlamming heeft en dat ze nooit zal kunnen praten. Ze komt thuis met veel medisch apparatuur. Hier leren Julian & Tracy mee om te gaan.

Een medewerkster van, ezelopvang Donkey Sanctuary, ziet een verwaarloosde ezel op een boerderij.  De ezel heet Shocks. De ezel heeft de meest afgrijselijke verwondingen aan zijn nek.  Het arme dier is helemaal versuft van de pijn.  Zoiets heeft de medewerkster nog nooit gezien. Daarom neemt ze Shocks mee naar het therapiecentrum Donkey Sanctuary. Hier doen ze er alles aan om Schocks een beter leven te geven.

Ambers beangstigende isolement drijft haar ouders tot wanhoop. Alleen Hope heeft contact met Amber. Julian & Tracy doen er dan ook alles aan om Amber een fijn leven te geven.

Ze gaan naar een therapiecentrum in Birmingham. Daar ontmoet Amber Shocks. Het is een hele toer om ze aan elkaar te laten wennen. Het kost vooral Julian & Tracy veel inspanning.

Uiteindelijk krijgen Amber en Shock een sterke band!  Vanaf dat moment doen ze veel dingen samen. Daardoor worden ze beide sterker en krijgen ze meer zelfvertrouwen. Amber maakt ritjes op de rug van Shocks, daardoor worden haar spieren steviger.  Amber overtreft de verwachtingen van alle dokters. Zoveel dat ze nu kan lopen en praten.

Door deze hele situatie is Shocks uitgegroeid tot de populairste ezel van het therapiecentrum.

Dit is echt een hartverwarmend waargebeurd verhaal over de unieke vriendschap tussen een meisje en een ezeltje in Ierland.

Wieke in Zambia, onvergetelijke jaren – Wieke Biesheuvel

Wieke in Zambia, onvergetelijke jaren – Wieke Biesheuvel

heeft jouw bibliotheek dit boek?

In de jaren zeventig gaat Wieke elke zomer naar het platteland van Kenia. Wieke werkt dan samen met de lokale bevolking. Dit betekent zelf kippen slachten, water halen bij een stroompje. Ze slaapt dan op een matje op de grond. Afrika betekent voor haar: de ultieme vrijheid en avontuur.
Ze wil terug, het liefst voor een paar jaar. Wieke haar wens komt uit!

Na veertig jaar gaat ze met haar man Rob in Zambia wonen in een plattelandsdorpje. Dit dorpje is vlakbij South Luangwa, één van de nationale parken van Afrika. Hier gaan ze regelmatig naar toe. Ze genieten dan echt van de natuur en de beesten.

Hun kinderen en kleinkinderen blijven in Nederland. Dit maakt het wel wat lastiger maar toch gaan ze naar Zambia. Het zou eerst voor twee jaar zijn maar het worden uiteindelijk zes.

Rob gaat in het lokale ziekenhuis als chirurg werken. Wieke gaat als vrijwilliger aan het werk.
Onder Wieke haar leiding en giften (van haar volgers op Facebook) worden er waterpompen geïnstalleerd. Deze komen op plekken waar het hard nodig is.

Wieke en Rob doen helemaal mee in het dagelijks leven van Zambia. Ze krijgen ook veel vrienden en kennissen. Hierdoor weten ze dat Zambianen heel gemoedelijk zijn en met weinig middelen tevreden zijn.
Wieke en Rob komen er ook achter dat je heel veel geduld moet hebben maar dat het uiteindelijk toch wel wordt geregeld.

Wieke en Rob hebben hele mooie jaren in Zambia. Wieke moet er ook niet aan denken dat het straks afgelopen is. De Zambianen (die ze goed kennen) hebben Wieke en Rob onvoorwaardelijk opgenomen in hun midden. Wieke zegt” Zikomo kwambiri, dierbaar Zambia, mijn moederland, wat heb ik veel gekregen. Het waren, zijn en blijven onvergetelijke jaren”

In de Libelle las ik al vaak stukjes van Wieke. Altijd erg leuk. Het boek vond ik net zo mooi. Zeker als jezelf in Afrika hebt gewoond. De foto’s maken het verhaal helemaal compleet.

Het dorp – Wim Daniëls

Het dorp – Wim Daniëls

Heeft jouw bibliotheek dit boek?

”Dit dorp, ik weet nog hoe het was. De boerenkind’ren in de klas.” Wie kent het niet? Het prachtige lied Het dorp van Wim Sonneveld. Wie in een dorp woont of heeft gewoond, zal zich zeker kunnen identificeren met dit lied. In het gelijknamige boek van Wim Daniëls, wordt dit lied als leidraad gebruikt. Wat is er de afgelopen zeventig jaar veranderd in de dorpen? Bestaat het echte dorpsleven eigenlijk nog wel? Gelukkig wel! Het dorpsleven is zeker niet helemaal verdwenen. Ook Wim Daniëls heeft zo zijn ideeën hierover.

In Het Dorp van Wim Daniëls wordt de ontwikkeling van de Nederlandse dorpssamenleving van de afgelopen honderd jaar beschreven. Dit met de nadruk op de periode 1950-1960. De auteur komt zelf uit het pittoreske dorp Aarle-Rixtel, gelegen in Brabant. Hij gebruikt dit dorp en zijn ervaringen regelmatig als referentiekader binnen dit boek.

Alle aspecten van een dorp komen voorbij, ondersteunend met mooie illustraties van verschillende dorpen en tijden. Zo zie je de schooljuffrouw op de fiets, het dorpscafé en de kruidenier waar je letterlijk alles kon kopen. Daniëls beschrijft in ieder hoofdstuk één onderwerp. Hij vertelt hierin uitgebreid aan de hand van verschillende dorpen en voorbeelden. Gelukkig komt niet alleen Brabant voorbij. Ook beelden en beschrijvingen van Friesland slaat de auteur niet over.

Als je zelf uit een dorp komt is dit boek een en al herkenning. Ook als je in een stad ben opgegroeid of woont, zal er zeker wel enige herkenning  zijn. Alle beschrijvingen en beelden zorgen echt voor een glimlach tijdens het lezen. Zelf ben ik in een dorp opgegroeid en momenteel ook alweer een aantal jaar wonend in een prachtig dorp. En ook al zijn dorpen tegenwoordig erg veranderd, nog steeds zijn er bepaalde herkenningsmomenten die je eruit kunt halen. Gelukkig zijn veel dorpen dan ook veerkrachtig genoeg gebleven om als een dorp verder te gaan. Tot slot geeft Daniëls de terechte conclusie: Het dorp is absoluut niet dood, maar slechts veranderd.

‘t Hooge Nest – Roxane van Iperen

‘t Hooge Nest – Roxane van Iperen

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Mijn moeder leest met enige regelmaat boeken over de oorlog: ‘niet altijd leuk maar wel een periode die ik bewust heb meegemaakt’. Toen ik over dit boek las heb ik het meteen voor haar gekocht. Ze heeft het met aandacht gelezen.

De aanleiding voor dit boek was de aankoop van het huis ‘t Hooge Nest door de schrijfster Roxane van Iperen. Zij en haar man kochten dit grote vrijstaande huis in het Gooi in 2012. Het is in 1921 gebouwd door Dirk de Witte, schrijver van het lied ‘Mensch, durf te leven’. Toen er tijdens de verbouwing veel opbergruimten, stompjes kaars en verzetskrantjes werden gevonden is de schrijfster een jarenlang onderzoek begonnen.

De geschiedenis draait om de joodse zussen Lien (1912) en Janny (1916) Brilleslijper, afkomstig uit Amsterdam. Zij komen uit een warm gezin dat bestaat uit de ouders Joseph en Fietje, de twee zussen en broer Jaap. Lien is erg muzikaal en danst graag. Overdag is zij naaister en ’s avonds treedt zij op als danser. Janny heeft vele baantjes en is onder andere actief tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Lien woont in een kunstenaarscommune en leert daar haar man Eberhard kennen, gevlucht vanwege het nationaal-socialisme in Duitsland. Janny huwt Bob en zij verhuizen in september 1939 naar Den Haag met zoontje Robbie. In de loop van de oorlog kiezen de zussen voor het verzet tegen de Duitsers. Janny drukt en verspreidt illegale verzetskrantjes, verstopt in de kinderwagen. In eerste instantie gelooft Lien de verhalen niet maar in 1941 wordt zij ook actief in het verzet. Een levendige handel in persoonsbewijzen en distributiebonnen begint.

In 1942 wordt het duidelijk dat Janny en Lien en hun gezinnen gevaar lopen en verhuizen ze naar Bergen. Ook hun ouders en broer gaan daar wonen. Op 1 februari 1943 moet de hele kuststrook worden ontruimd voor de bouw van de Atlantikwall. Via één van hun contacten verhuizen ze naar ’t Hooge Nest bij Naarden. In de loop van die maand groeit het aantal bewoners tot 17 mensen. Gedurende ruim een jaar is het een komen en gaan van onderduikers en leven ze als één grote familie: huisconcerten, boodschappen doen en spelende kinderen in de tuin. Juli 1944 vinden de Jodenjagers het huis: acht mensen worden afgevoerd naar het politiebureau, de drie kinderen worden ondergebracht bij een huisarts. Later worden vier anderen ook gevonden. Bob is op tijd gewaarschuwd, Eberhard weet te ontsnappen. Het gezin Brilleslijper vindt elkaar in augustus in Westerbork, waar zij kennis maken met de familie Frank. Een maand later volgt het transport naar Auschwitz, de zussen blijven bij elkaar. De anderen zien zij niet meer terug. Het leven wordt een hel, elke dag een strijd om te overleven. Eind 1944 worden ze vervoerd naar Bergen-Belsen, samen met Margot en Anne Frank. In het voorjaar van 1945 zitten er 1400 vrouwen op elkaar gepakt, zonder voedsel. Veel vrouwen bezwijken aan vlektyfus, ook Margot en Anne. Als door een wonder wordt het kamp met 60.000 gevangenen op 15 april 1945 bevrijdt door de Engelsen. Lien en Janny vinden hun mannen en kinderen terug in Amsterdam en Oegstgeest.

Ik heb het boek met bewondering voor de keuze die de vrouwen maakten gelezen. Dat roept de vraag op: ‘wat zou ik hebben gedaan’. De voortdurende spanning waarmee onderduikers moesten leven. Met afschuw gelezen over de kampen: een onmenselijk bestaan zonder eten, met veel zieken en altijd de jeuk van ongedierte. Gelezen met in het achterhoofd: ‘opdat wij nooit vergeten’.

Bekijk de video: Roxane van Iperen over ‘t Hooge Nest 

Het goede leven – Annegreet van Bergen

Het goede leven – Annegreet van Bergen

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Na het succes van Gouden Jaren schreef Annegreet van Bergen onlangs het vervolg Het goede leven, over hoe Nederland in de laatste vijftig jaar steeds welvarender werd.

Voor Het Goede Leven sprak ze met veel mensen over hun herinneringen en zo tekende ze als het ware een stuk sociale geschiedenis op, geïllustreerd met vele foto’s. Hierdoor wordt het een feest van herkenning voor de generatie van de babyboomers die zijn opgegroeid in de jaren vijftig en zestig. Ook ik heb ervan genoten.

Ze beschrijft hoe hoe de wereld voor veel mensen een stuk groter werd door de komst van radio en televisie, en natuurlijk nog later de computer en internet. Voor veel Nederlanders kwam ook het bezit van een auto binnen bereik en daardoor kwam het toerisme op gang. Hele gezinnen trokken in de vakantie bepakt en bezakt in hun auto, al dan niet met caravan, naar het verre Duitsland of Frankrijk; wél met eigen aardappelen en ingeblikt vlees.

Overigens veranderde ook de culinaire smaak van de Nederlanders door dat reizen, de Chinese restaurants en de pizzeria’s deden hun intrede, zij het uiteraard aangepast aan de Hollandse smaak.

Vooral voor vrouwen is het leven in de laatste helft van de vorige eeuw sterk verbeterd. Huisvrouwen waren dolgelukkig met arbeidsbesparende apparatuur, zoals wasmachines en stofzuigers. Maar ook op de arbeidsmarkt keerden zich dingen ten goede voor vrouwelijke werknemers. Zo was het voorheen “normaal” dat vrouwen stopten met werken als ze zwanger waren, sterker nog, vaak was het zelfs verplicht om te stoppen, soms al meteen na het huwelijk en zonder dat er sprake was van zwangerschap.

Bovenstaande voorbeelden zijn maar een kleine greep uit de gevarieerde inhoud van het boek. Er komt nog veel meer aan bod, zoals het onderwijs, de politiek, de gezondheidszorg en de huisvesting. Erg leuk om te lezen.

Wat ik zelf erg prettig vond is dat Van Bergen niet vervalt in nostalgie. Want wat ze goed duidelijk maakt, is dat het vroeger echt niet allemaal beter was, zoals veel oudere mensen vaak verzuchten. Wij mogen van geluk spreken dat wij in Nederland wonen, want ook al mopperen we vaak op van alles en nog wat, we hebben het hier toch gewoon erg goed!

Bekijk een interview met Annegreet van Bergen door Barts Boekenclub: