Archief van
Tag: autobiografie

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken – Arjen van Veelen

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken – Arjen van Veelen

heeft jouw bibliotheek dit boek?

Met dit boek won Arjen van Veelen de Homerusprijs 2018 en de Lezersprijs BNG. Enigszins aangetrokken door de titel en het boekomslag ben ik dit boek gaan lezen. Het verhaal is gebaseerd op het overlijden van de schrijver Thomas Blondeau (1978-2013). Er komen twee verhaallijnen in voor: de belevenissen van Arjen met zijn vriend Tomas en het bezoek van Arjen aan Alexandrië voor zijn onderzoek naar Alexander de Grote. De twee mannen leren elkaar kennen tijdens hun studietijd in Leiden. Arjen is student klassieke talen en Tomas studeert literatuurwetenschap. Ze zitten dan vaak urenlang in een café met elkaar te praten of te zwijgen. De vriendschap blijft ook na hun studie bestaan. Ze verhuizen beiden naar Amsterdam. Arjen wordt journalist en Tomas gaat boeken schrijven.

Het echte verhaal begint als Tomas aan een hartslagaderbreuk overlijdt. Arjen staat dan op het punt te emigreren naar Amerika voor het werk van zijn vrouw. Arjen raakt erg van slag door dit overlijden. Temeer als er plotseling heel veel ‘vrienden’ zich melden via Facebook: ‘een festival in rouw’. Zelf is hij bang voor de eenzaamheid zonder Tomas. Arjen gaat bloederige filmpjes op internet bekijken om zijn lijden te voelen. Vooral het opruimen van de kamer van Tomas confronteert hem met zijn dood. Het beschrijven van de kleinste voorwerpen die ze tegenkomen toont de rouw om zijn vriend. Om minder afstand te creëren vertrekt hij naar Egypte, ook omdat Tomas en hij elkaar daar ooit zouden treffen. Arjen start zijn onderzoek naar Alexander de Grote in de historische bibliotheek en gaat tevens op zoek naar de tombe van Alexander. Hij wil de drie romans en de gedichtenbundel van Tomas in de bibliotheek achterlaten.

Een mooi boek over een hechte vriendschap en het verlies van een goede vriend. Het combineren van gevoelens en feiten komt heel natuurlijk over: de gevoelens overheersen als het gaat over de gesprekken die de vrienden voerden en de autoritjes die ze samen maakten; de feiten worden soms onderstreept door de foto’s die in het boek zijn opgenomen. En de obelisken komen aan de orde bij een bezoek aan Austerlitz, een trip naar Stanley Beach, een obelisk op het strand van Scheveningen, de schenking van obelisken aan de Britten en aan Parijs, en de obeliskmanie in New York in 1880. Het doodshoofd van de omslag staat voor het doodshoofd op het bureau van Tomas.

Een interview met Arjen van Veelen op Lezentv.nl:

Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest – Joachim Meyerhoff

Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest – Joachim Meyerhoff

Heeft jouw bibliotheek dit boek?

De vader van Josse is directeur van een psychiatrische inrichting. Het huis van de familie staat midden op het terrein waar de instelling is gevestigd, daardoor groeit Josse, samen met zijn twee broers, lieve moeder en vader op tussen honderden psychiatrische patiënten en lichamelijk gehandicapten. De jeugd van Josse wijkt dan ook af van die van een doorsnee kind, maar voor hem is dit zijn vertrouwde omgeving, hij is niet anders gewend en wordt dan ook vriendjes met een aantal patiënten, waaronder een schizofrene jongen (die later toch niet zo schizofreen blijkt als hij zich voordeed).

Wanneer Josse uit logeren gaat krijgt hij dan ook snel heimwee want hij mist het rumoer en het geschreeuw van de patiënten waarbij hij normaal elke avond in slaap valt. Het leven op het terrein van een psychiatrische instelling is in ieder geval nooit saai. Soms drijven zijn oudere broers Josse tot wanhoop met hun geplaag en gaat Josse door het lint, waardoor hij zelf ook een psychiatrisch patiënt lijkt.

Josse kijkt erg op tegen zijn vader, die enorm veel leest en alles lijkt te weten. Naarmate Josse ouder wordt, komt hij erachter dat zijn vader toch ook maar een gewoon mens is. Na verloop van tijd wordt het Josse ook duidelijk hoe de verhouding tussen zijn ouders eigenlijk ligt.

Het is duidelijk dat het boek deels autobiografisch is. Joachim Meyerhoff heeft, net als Josse, jarenlang op het terrein van een instelling gewoond, als kind van een psychiater. Je volgt Josse van kind tot jong volwassene. Interessant boek, soms triest, vaak grappig, erg ontroerend, met een origineel uitgangspunt en een intrigerende titel.

 

Winterlogboek – Paul Auster

Winterlogboek – Paul Auster

winterlogboekJe bent een schrijver en je wilt vertellen over je leven tot nog toe. Je bent bijna vierenzestig jaar, maar net als in de woorden die de Franse acteur Jean Louis Trintignant tegen je sprak – ‘now at seventy-four I feel much younger than I did when I was fifty-seven’ – heb je je wel eens ouder gevoeld. Je denkt dat jou niet de dingen overkomen die bij andere mensen gebeuren, maar dan – een voor een- overkomen ze je toch. Je bent niet meer de held in je eigen leven.

Je beschrijft je leven aan de hand van je eigen lichaam. Waar je allemaal geweest bent – van Manhattan, Californië, Minnesota tot de jaren die je in Frankrijk hebt gewoond. En wat je allemaal wel niet gedaan hebt met je handen, hele opsommingen beschrijf je.

De mensen die belangrijk voor je zijn. Je levenslustige moeder die zich ontworstelde aan het slechte huwelijk met je vader en het geluk vond met een nieuwe man. Na zijn dood verloor ze haar levenslust, tot je haar uiteindelijk moest onderhouden.

Meisjes die je gekend hebt. Van de dramatisch slechte keuzes in je middelbare schooltijd tot de avonturen met vrijgevochten meisjes op de boot naar Europa en het onwaarschijnlijke feit dat je tot twee keer toe in een vliegtuig naast een aantrekkelijk en intelligent meisje kwam te zitten en na een uur praten de reis zoenend en vrijend voortzette.

Je eerste huwelijk dat al na een paar jaar strandt en je tweede huwelijk met een Amerikaanse van Noorse afkomst. Intieme details geef je niet prijs en uit de verwijzing dat ‘some of the most beautiful places are on your wifes body’, spreekt respect.

Je lichaam dat na een paniekaanval ineenstort als je moeder overlijdt; de fysieke ervaring van een dansvoorstelling die je uit je writers block haalt, de inspanning van een helse autotocht door een sneeuwstorm terwijl je schoonfamilie op je vertrouwt. En de kleine brandweerman, die je al jong in je broek ontdekt.

De dood die je van dichtbij meemaakt als een vriendje naast jou door de bliksem getroffen wordt.  De dood die je fysiek ervaart in Bergen-Belsen en de herinnering aan de Twin Towers als je wekelijks van Brooklyn naar Manhattan reist.

Na een paar maanden schrijven heb je een beeld van een mensenleven gegeven – vitaal, niet uniek, maar wel uitzonderlijk. Niet sentimenteel of heroïsch, maar ook niet oppervlakkig. Net zoals in een echt leven.

Lelystad – Joris van Casteren

Lelystad – Joris van Casteren

lelystadDit verhaal gaat over de ontwikkeling van de nieuwe stad Lelystad in de Flevopolder en geeft een verfrissend beeld van het wereldwijde idee dat God de hele wereld schiep behalve Nederland, omdat die ploeteraars hun eigen land drooglegden. Dat de werkelijkheid toch ietsje genuanceerder is, blijkt uit dit boek. Ik vond een stukje van dit verhaal in de bundel: TXT Alles is mogelijk in zestien verhalen, uitgekozen door Abdelkader Benali, uitgegeven door het CPNB ter gelegenheid van de 75ste boekenweek in 2010. Ik kreeg tijdens het lezen van dat stukje meteen een brede glimlach om mijn mond en die glimlach is alleen maar intenser geworden tijdens het lezen van het boek.

Van Casteren beschrijft met verve de idealen van de nieuwe stad. “De eerste generatie kinderen moest met zorg behandeld worden. Zij groeiden op in een bedachte stad en zij zouden er de eerste voortbrengselen van zijn”. (p 14). Verder beschrijft van Casteren het besluitvormingsproces in de nieuwe stad: een strijd tussen architecten en ambtenaren van de rijksdienst, uitmondend in bijna hilarische besluiten.

Verder is het ook een autobiografisch verslag van de jeugd van Joris. Zijn ouders gaan scheiden en beiden krijgen een nieuwe relatie, wat weer zijn weerslag heeft op de opgroeiende knaap. In de puberteit vliegt hij nu en dan met zijn vrienden uit de bocht. Toppunt is het vernielen van de lichtbak van de Mexicaan.

Het verhaal is een mix tussen een journalistiek verslag en een autobiografie met een ironisch tot sarcastische ondertoon die mij uitstekend is bevallen. Het boek heeft mij er toe aangezet om weer eens in Lelystad te kijken. Bij het ronddolen in een van de hofjes van de nieuwe stad kon ik als het ware de jongens weg horen hollen achtervolgd door de plaatselijke koddebeiers. Kortom een erg plezierige leeservaring.

Nooit ziek geweest – Nico Dijkshoorn

Nooit ziek geweest – Nico Dijkshoorn

nooit ziek geweestAls de gezondheid van de vader van Nico Dijkshoorn, Klaas, aftakelt als gevolg van dementie en ook zijn moeder Nel meermalen getroffen is door een lichte beroerte komt het moment voor Nico om zijn herinneringen aan het gezin Dijkshoorn op schrift te stellen. En in die herinneringen speelt vader Klaas de hoofdrol.

Vader Klaas is een fervent honkballer. Als kleine Nico met zijn vader mee gaat naar de club en Klaas  hem vraagt: “Hoe vond je pappa? Vond je pappa goed? Heb je pappa zien hollen daar?” enzovoort, geeft dit meteen weer hoe Klaas in elkaar zit. De hele wereld draait om Klaas, hij hangt te pas en te onpas de pias uit en dat vaak ten koste van iemand anders. En Klaas heeft natuurlijk altijd gelijk. De talloze voorvallen waarin het nare karakter van Klaas naar voren komt, rijgen zich aaneen.  Al met al is wel duidelijk dat de kinderen Dijkshoorn niet een leuke jeugd hebben gehad. Vooral Nico niet, want hij kan niet honkballen. Als  Nico wat ouder wordt, wil hij zo weinig mogelijk te maken hebben met zijn ouders met hun gezever over futiliteiten en hun geruzie. Hij gaat studeren en lezen en nog eens lezen. Een manier van leven die totaal niet wordt begrepen door Klaas. Tijdens een weekend ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Nel krijgt Klaas zijn zin niet en ontbrandt in een lange monoloog waarin hij zijn gal richting Nico spuit, in de trant  van: “.. je heb in Spanje geen één keer gezegd dat de toiletten zo schoon waren….”. Hier staan twee werelden tegenover elkaar.

Om zijn ongelukkige jeugd van zich af te schrijven spaart Nico zijn vader niet. Pas als de gezondheid van Klaas minder wordt kan Nico iets van mededogen voor hem opbrengen.

Dit boek lees je in een ruk uit want het is geschreven in korte, rake en duidelijke zinnen. Verder wordt Klaas niet alleen maar neergezet als nare man; de figuur is namelijk zo tragisch dat het een komisch effect krijgt. Ook vind ik het maar gedurfd om op een zo eerlijke manier over je vader te schrijven.  Op Twitter maakt Nico Dijkshoorn nog regelmatig lekker absurde mini Klaas-verhaaltjes. Ik volg Nico al een poosje, maar nu ik het boek over Klaas heb gelezen kan ik ze beter plaatsen.