Archief van
Tag: taal

Ga lekker zélf in je kracht staan – Japke D. Bouma

Ga lekker zélf in je kracht staan – Japke D. Bouma

Ga lekker zelf in je kracht staan.
heeft jouw bibliotheek dit boek?

In de VakantieBieb staat dit jaar weer een aantrekkelijke selectie boeken. Ze zijn als e-book voor iedereen beschikbaar. Ik moest een reisje met de trein maken en had mijn leesboek voor onderweg vergeten. De VakantieBieb bood uitkomst: ik las dit boek in één treinreis uit.

Japke-d. Bouma schrijft voor de NRC columns over kantoorclichés. Ze heeft daar een scherp oog voor, brengt dat humoristisch onder woorden en laat vooral ook zien hoe het wél kan. Na haar eerdere publicaties Survivalgids voor de kantoorjungle en Uitrollen is het nieuwe doorpakken verscheen onlangs Ga lekker zélf in je kracht staan. Ze houdt op haar eigen wijze de lezers een spiegel voor. Het boek staat vol met  clichés die ook wij  vaak in onze omgeving horen, soms ook wel zelf gebruiken, maar na het lezen van dit boekje zullen we ze niet zomaar meer gebruiken. Hieronder even een paar van de leukste.

  • Storytelling: vroeger probeerde een bedrijf het beste product te maken tegen een goede prijs. Nu moet overal een verhaal bij. Niet iedereen kan dat. “Het grote probleem is dat storytelling altijd zo lang duurt”. “Dan denk ik: doe een slogan in plaats van een hele roman”.
  • Transparantie is het nieuwe liegen: Transparantie is de sleutel tot succes. Japke is dan bang dat er niets meer terug te vinden is door al die transparantie en volgens haar is van transparantie nog niemand beter geworden. Van eerlijkheid, bescheidenheid en respect wel.

Ook heel aansprekend is het slothoofdstuk waar tegeltjeswijsheden op het gebied van kantoortaal op de hak worden genomen. Een leuk boek om lekker in te neuzen, als je onderweg bent.

Kolja – Arthur Japin

Kolja – Arthur Japin

Heeft jouw bibliotheek dit boek?

De dood van de grote Russische componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski is omgeven door een mysterie. De officiële lezing is dat hij is overleden aan cholera. Er zijn echter hardnekkige geruchten dat hij zelfmoord gepleegd heeft. Dit interessante gegeven heeft Arthur Japin uitgewerkt tot een roman.

Kolja is een doofstom jongetje van acht jaar, zijn ouders zijn wanhopig en weten niet wat zij met hem aanmoeten. Kan hij ooit volwaardig functioneren? Zij roepen de hulp in van Modest Tsjaikovski, de broer van de componist. Modest reist met Kolja naar Lyon, waar een beroemde arts een revolutionaire methode heeft uitgevonden om doofstommen taal aan te leren. Geen gebarentaal, maar liplezen en zelf spreken. Hoewel dat aanvankelijk moeizaam gaat, blijkt Kolja intelligent en leergierig. Hij maakt goede vorderingen. Ondertussen nemen de broers Tsjaikovski, beiden homoseksueel, hem mee op reizen door Europa. De ouders laten weinig van zich horen, zeker nadat ze eenmaal gescheiden zijn.

Kolja blijft jarenlang, tot zijn volwassenheid, bij de broers wonen en leert de (homoseksuele) kringen rond beiden kennen. Totdat hij, eenmaal volwassen, zich begint te ergeren aan Modest. Modest is als een vader voor hem, maar elk kind wil op een gegeven moment op eigen benen staan. Er ontstaat een verwijdering tussen hen, vooral nadat Kolja het landgoed van zijn vader erft en hierdoor ook financieel zelfstandig wordt. Hij zet Modest de deur uit en de verstandhouding bekoelt danig.

Dan komt het onverwachte bericht dat Pjotr Iljitsj (Petja voor intimi), de componist, is overleden. Kolja ontmoet in het sterfhuis Modest en verneemt dat de doodsoorzaak cholera is, maar hij vertrouwt de zaak niet: cholera is uiterst besmettelijk en er worden geen specifieke hygiënische voorzorgsmaatregelen genomen. Als een heuse detective gaat Kolja op onderzoek uit. Hij spreekt met mensen die Petja in zijn laatste levensdagen nog hebben ontmoet en gesproken en het choleraverhaal wordt in zijn ogen steeds onwaarschijnlijker. Is Petja gedwongen om zelfmoord te plegen? Door wie? En waarom?

Japin heeft weer een mooie (en spannende) historische roman geschreven. De sfeer van het negentiende-eeuwse Rusland is goed getroffen en het is interessant om te lezen hoe een doofstomme kon leren communiceren met de inzichten van toen.

Deze titel is ook beschikbaar als e-book in de onlinebibliotheek.

 

De zevende functie van taal – Laurent Binet

De zevende functie van taal – Laurent Binet

Heeft uw bibliotheek dit boek?
Heeft jouw bibliotheek dit boek?

Stel je zou mensen via een taalformule kunnen overtuigen van alles wat je wilt. Politici zouden er likkebaardend naar op zoek gaan.

Zo gaat het in dit verhaal. Roland Barthes, een taalwetenschapper, krijgt na zijn bezoek aan François Mitterand een auto-ongeluk, zodat hij in het ziekenhuis belandt. Daar wordt hij opnieuw bedreigd en aangevallen en hij overlijdt. Dan krijgt commissaris Bayard de opdracht het ongeluk te onderzoeken. Het lijkt een routineonderzoek, maar hij ondervindt in de kringen van wetenschappers zoveel weerstand dat hij besluit om een medestander te zoeken.

Dat is Simon Herzog, een promovendus van de universiteit van Vincennes, en via hem krijgen we toegang tot het wereldwijde wetenschappelijke milieu van begin jaren jaren tachtig. Het verhaal speelt achtereenvolgens in Parijs, Bologna, Ithaka (een plaatsje in de Verenigde Staten), Venetië, Parijs en de epiloog vindt plaats in Napels. Het  draait dus allemaal om het document van die overtuigingsformule. Er zijn verschillende kapers op de kust, een Bulgaarse variant, de Russen, maar ook de beide presidentskandidaten: Giscard en Mitterand. Bovendien zijn er ook verschillende kopieën: een papieren, een uit het hoofd geleerde, en een cassettebandje.

Wezenlijk onderdeel van het verhaal is De Logos-club, een wereldwijde debat-club, opgedeeld in niveaus, waarbij de verliezer van het debat betaalt met het laten afhakken van een vingerkootje, maar dat het ook meer kan kosten, blijkt aan het eind van het boek. Het verhaal eindigt in het televisiedebat tussen Giscard en Mitterand en daar blijkt dat de overtuigingsformule kennelijk toch  werkt.

Ik heb genoten van het verhaal, maar de intellectuele debatten tussen de wetenschappers gaan me, net als commissaris Bayard, volledig boven de pet en dat is wat mij betreft doorbijten en daarmee ontgaat me waarschijnlijk ook de fijnzinnige humor, waarover op de achterflap wordt gesproken. Echt bestaande figuren als Althusser, Todorov, Foucault en Eco bestrijden elkaars opvattingen op groteske wijze. Het wordt iets begrijpelijker als de tennissers Björn Borg en Ivan Lendl tegenover elkaar gezet worden. Als je dit verhaal leest heb je het gevoel dat je behoorlijk wat gemist hebt begin jaren tachtig.

Recensies zijn wisselend. Boekverkopers op Hebban zijn laaiend enthousiast. Coen Peppelenbos in Tzum is ronduit negatief. Chris Buur, chef van V en Sir Edmund (bij de Volkskrant), is razend enthousiast over het nieuwe boek van Laurent Binet en legt in bijna 3 minuten in flitsende beelden uit waarom.

 

Als niet dan zou – Ali Smith

Als niet dan zou – Ali Smith

alismith
heeft jouw bibliotheek dit boek?

Tijdens een etentje bij Genevieve en Eric Lee, in upperclass Greenwich, neemt genodigde Mark een onbekende gast mee. Deze man, Miles Garth, staat halverwege het diner op, loopt naar de bovenverdieping en sluit zichzelf op in de logeerkamer. Hij weigert naar buiten te komen en praat met niemand.  Hij blijft daar maanden zitten.

Wie is Miles Garth?

Het weinige dat we over hem te weten komen wordt ons verteld door vier mensen die hem op enig moment in hun leven ontmoet hebben: Anna, die hem heeft meegemaakt op een reis door Europa die ze als 17-jarigen maakten, Mark die hem in de schouwburg ontmoette tijdens een opvoering van The Winter’s Tale van Shakespeare, May Young, die hem kent via haar jong gestorven dochter Jennifer, en Brooke Bayoude een slim, uitzonderlijk welbespraakt meisje van negen dat met haar ouders ook bij het etentje aanwezig was.

Wat we te weten komen is dat Miles een aimabele, attente, zachtmoedige,vriendelijke en behulpzame man is, maar niemand kent hem echt goed. Als lezer mag je je zelf een beeld vormen van deze man en zijn redenen om zich af te sluiten van de wereld.

In dit briljante boek speelt taal een belangrijke rol, evenals tijd. Niet geheel toevallig speelt dit boek in Greenwich, waar de nulmeridiaan loopt, referentie voor tijdmeting en geografische meting (lengte- en breedtegraden). Geschiedenis en persoonlijke herinneringen komen door het hele boek heen voor. Verhalen zijn een belangrijk middel om herinneringen vast te houden, evenals rijm (in poëzie).

Ik heb genoten van Als niet dan zou en van het originele, speelse en sprankelende taalgebruik. De vertalers zullen hier een ongelooflijke klus aan gehad hebben, petje af! De opzet van het boek en het genoemde taalgebruik zal overigens niet iedereen aanspreken en lezers die houden van een verhaal met een kop en een staart kunnen misschien beter een ander boek kiezen. Maar voor wie daar wél van houdt: lezen dit boek!

 

Sprakeloos – Tom Lanoye

Sprakeloos – Tom Lanoye

sprakeloosDoor een herseninfarct raakt de praatgrage bejaarde moeder van de schrijver haar spraakvermogen kwijt. Aanvankelijk bezigt ze nog een onsamenhangend en onbegrijpelijk taaltje, maar na een aantal kleinere attaques verdwijnt ook dat en kan zij haar woede hierover alleen op fysieke manier uiten. Langzaam zakt zij weg in stilzwijgen en apathie.

Na haar dood vat haar zoon het plan op om een boek over zijn markante en temperamentvolle moeder te schrijven, maar om een of andere reden schuift hij dat steeds voor zich uit, hoewel zijn nog levende vader enthousiast over het idee is. Pas als ook zijn vader gestorven is, is de weg vrij voor dit (weergaloze) boek dat de titel Sprakeloos krijgt en dat als volgt begint:

‘En dit is het relaas van een beroerte, vernietigend als een inwendige blikseminslag, en van de tergende aftakeling die zich twee jaar lang voltrok aan een vijfvoudig moederdier en amateuractrice eersteklas.’

In zijn boek beschrijft Lanoye het huwelijksleven van zijn moeder Josée Verbeke en zijn vader Roger Lanoye. Ze hebben een slagerij in Sint-Niklaas waar de jeugd van de schrijver zich afspeelt. Josée is een verwoed amateur-toneelspeelster. Dat acteertalent zet ze ook in in haar dagelijks leven als iets niet naar haar zin gaat, of als ze iets gedaan moet hebben van haar familie. Acteren wordt dan vaak manipuleren. Lanoye beschrijft op humoristische en liefdevolle wijze tal van dit soort scenes. Josée Verbeke was iemand om rekening mee te houden. Ze stond haar mannetje, bijvoorbeeld toen er onverwacht in enkele uren tijd een koud buffet moest worden gemaakt. De hele familie werd door haar ingeschakeld en ze fikste het!

Het verdriet om haar jonggestorven zoon haalde haar echter totaal uit haar evenwicht. Toch had ze ook de kracht om dat uiteindelijk te boven te komen als kostte dat erg veel moeite en had het gezin en vooral haar man hier erg onder te lijden.

Bijna adembenemend is de scene waarin de schrijver zijn ouders eindelijk vertelt dat hij homoseksueel is. Josée reageert schijnbaar laconiek, maar haar echte reactie komt pas later. Lanoye weet hier de spanning prachtig op te bouwen.

Aan het begin van het boek waarschuwt Lanoye het type lezer dat van een verhaal met kop en staart houdt. Die lezer kan het boek beter wegleggen en iets anders kopen of lenen. Maar die mist dan het verhaal van zijn moeder.

Ik heb het gelukkig wel gelezen en ik zeg: mis het niet!!